Achter onze flamoescampagne

Een kutcampagne, dat vindt Ginny Ranu. De vriendelijke knipoog die ze ons meegeeft met deze woordgrap gaat zeker niet aan ons voorbij, maar eerlijk is eerlijk: Ginny uit kritiek. En ze stelt vragen.

Willen we onderscheid maken tussen goede en slechte woorden voor vagina? Waarom staat het woord ‘foef’ dan zowel bij mannen als bij vrouwen op onze poster? Ik gebruik ‘doos’, door jullie gedoopt als mannenwoord, is dat slecht? Is dit allemaal écht een probleem?

Ginny schrijft dat ze het punt van onze campagne niet begrijpt. Het openen van een dialoog? Onderscheid maken tussen goede en foute woorden? En vooral blijft het onduidelijk wat ze er mee aanmoet. Slecht nieuws voor ons, zou je denken. Of zijn Ginny’s vragen precies het soort waar wij op hoopten?

Goed versus fout?

Onze campagne is niet gericht op het maken van een onderscheid tussen goede en foute woorden voor vagina. Wij zeggen niet dat ‘doos’ fout is en ‘foef’ goed. Wij hebben een steekproef gedaan waarin we mannen en vrouwen vroegen naar de woorden die zij voor vulva/vagina gebruiken. De uitkomst deed onze wenkbrauwen fronsen. Het contrast is moeilijk te ontkennen. Dit verschil in woordgebruik tussen mannen en vrouwen is wat we uitlichten, zonder hier een waardeoordeel aan vast te plakken.

Hoe kan het dat mannen en vrouwen zo anders over de vagina praten? Wat maakt dat ‘broodje rosbief’ door velen als grappig wordt ervaren? Wat doen we – mannen en vrouwen – als we iemand het woord ‘vleesgordijn’ horen zeggen? Wat is het effect van dit soort taalgebruik op ons zelfrespect?

Dat zijn allemaal vragen waar wij over nadenken en niet per se ‘hét’ antwoord op hebben. Wij pretenderen niet de wijsheid in pacht te hebben. Daarom willen we met deze campagne juist een open gesprek tussen verschillende mensen in gang zetten, zodat we samen uiteenlopende perspectieven belichten. Wellicht dat we zo tot verandering komen. Een verandering waarbij iemand die ‘mossel’ grappig vindt, mag gieren van het lachen, maar iemand die ‘gleuf’ niet waardeert net zo goed de vrijheid heeft om iemand hierop te attenderen. 

Vrouwen zitten goed, mannen zitten fout?

Zeker niet. Je kan je afvragen of ‘onderkantje’ nou echt respectvoller is dan ‘snee’. Niet alle mannen woorden zijn slecht en niet alle vrouwen woorden zijn goed. Zo zwart-wit is het niet. Een woord als ‘foef’ dat op onze poster zowel bij mannen woorden als bij vrouwen woorden staat, laat dit zien. Ook Ginny’s vraag slaat de spijker op z’n kop. Moet ze zich slecht voelen dat ze het ‘mannen woord’ ‘doos’ gebruikt, wanneer ze zich hier prima bij voelt? Natuurlijk niet. Iedereen moet vooral de woorden gebruiken waar hij/zij zich comfortabel bij voelt. Waar het om draait, is dat we ons bewust zijn van het mogelijke effect van onze woorden op anderen. Misschien voel jij je compleet senang als iemand met ‘doos’ naar je edele delen refereert, maar een ander voelt zich hier wellicht minder prettig bij. 

Woorden als ‘doos’ vormen misschien een grijs gebied. Maar is er een situatie voor te stellen waarin het woord ‘vleesgordijn’ als respectvol ervaren kan worden? Wij zijn vast niet de enigen die eerder een mannenstem horen als we aan dit woord denken en het lastiger vinden voor te stellen dat een vrouw op zo’n manier over haar eigen vagina zou praten.

Is dit écht een probleem?

Wij vinden respectloos taalgebruik een bloedserieus probleem. Taalgebruik is belangrijk. Hoe iemand over jouw lichaam in het algemeen, en jouw vagina in het bijzonder, praat, is van enorm belang in hoe jij over jezelf denkt. Zo lazen we laatst dit artikel waarin de schrijfster vertelt over hoe één ondoordachte opmerking over haar vagina compleet veranderde hoe ze naar zichzelf keek. Één slecht gekozen, respectloze benaming kan zorgen voor jarenlange gevoelens van schaamte en onzekerheid. En dat is een slechte zaak.  

Onze boodschap? Think before you speak. Wij vertellen je niet welke taal je wel of niet mag of moet gebruiken. We vragen enkel iedereen na te denken over hun woordkeuze. De poster met de opvallende woorden voor vagina/vulva zijn bedoeld om hier aandacht aan te trekken. Woorden als ‘broodje rosbief’ of ‘klamme dot’ kan je niet zomaar voorbij lopen. Daarnaast hopen we, zoals Ginny al vermoedde, met onze campagne het gesprek te openen. En dat is precies waarom Ginny onze campagne beter begrijpt dan ze doorheeft. Door haar kritische vragen, aan zichzelf en aan haar lezers, opent ze het gesprek en inspireert ze anderen mee te denken. 

Met deze kutcampagne willen we aandacht vragen voor de impact van ons taalgebruik op zelfrespect.

‹ Alle berichten